Go to main content

Verdrag van Oslo viert tweede verjaardag: meer dan de helft van de voorraad clustermunitie vernietigd

Mijnen en andere wapens
Op 1 augustus 2010 trad het Verdrag van Oslo in werking. Het verdrag verbiedt het gebruik, de productie, de opslag en het vervoer van clustermunitie. Het verdrag voorziet ook ingrjipende maatregelen voor de hulp aan slachtoffers van clustermunitie. Twee jaar na de invoering werd het Verdrag al door 75 landen geratificeerd en door 111 landen ondertekend. De aanwezige voorraad clustermunitie in de verdragslanden werd al voor meer dan de helft vernietigd. In Albanië en Zambia werden alle clusterbommen defintief uit de grond gehaald.
foto van de vernietiging van clustermunitie in Zuid-Libanon

Exact twee jaar terug, op 1 augustus 2010, trad het Verdrag van Oslo in werking. Het verdrag verbiedt het gebruik, de productie, de opslag en het vervoer van clustermunitie. Het verdrag voorziet ook verregaande maatregelen voor de hulp aan slachtoffers van clustermunitie, waarvan zo'n 98 % burgerslachtoffer is. Twee jaar na de invoering werd het Verdrag al door 75 landen geratificeerd en door 111 landen ondertekend. De aanwezige voorraad clustermunitie in de verdragslanden werd al voor meer dan de helft vernietigd.In Albanië en Zambia werden alle clusterbommen defintief opgeruimd.

“Het nam maar liefst vijf jaar in beslag om antipersoonsmijnen te verbieden. Het heeft ons ook vijf jaar gekost om het verbod op clustermunitie rond te krijgen. Dankzij de druk van de gemeenschap en organisaties als Handicap International konden we dit soort verwoestende en veelgebruikte wapens eindelijk verbieden,” vertelt Jean-Marc Boivin, algemeen directeur van Handicap International. “Vandaag ondertekende al meer dan de helft van alle staten het verbod op clustermunitie. Een duidelijk signaal dat het écht mogelijk is om deze wapens defintief uit de wereld te helpen!”

Handicap International wil nog meer mensen en lidstaten mobiliseren om ook andere naties te overtuigen zich bij het Verdrag aan te sluiten, zoals de Verenigde Staten, China, Rusland en Israël. Clustermunitie zorgt er nog steeds voor dat miljoenen mensen elke dag gevaar lopen. Bovendien gebruikten Thailand en Libië clustermunitie in 2012. Jean-Marc Boivin: “In de streek rond Misratah in Libië is maar liefst 80 % van de slachtoffers van clustermunitie jonger dan 23 jaar. Het is onaanvaardbaar dat er vandaag nog steeds onschuldige slachtoffers vallen, na het beëindigen van het conflict." 

De volgende conferentie met de lidstaten van het Verdrag tegen Clustermunitie vindt volgende maand plaats in Oslo. De lidstaten kunnen er hun engagement opnieuw kracht bijzetten, onder meer door het vrijmaken van financiële steun aan ontmijningsacties en projecten om oorlogsexplosieven te verwijderen.

 


 

Meer over dit onderwerp

Nieuw geweld in Gaza: explosieve wapens veroorzaken zware verwondingen Mijnen en andere wapens Revalidatie

Nieuw geweld in Gaza: explosieve wapens veroorzaken zware verwondingen

Meer dan dertig personen werden het voorbije weekend gedood bij raketaanvallen en bombardementen tussen Gaza en Israël. Deze escalatie van het geweld kan een nieuwe golf van gewonden veroorzaken in Gaza, waar de ziekenhuizen en revalidatiecentra nu al kreunen onder het werk. 

"Stop het moorden. Stop deze misdadige oorlogsmachine!" Mijnen en andere wapens Noodhulp

"Stop het moorden. Stop deze misdadige oorlogsmachine!"

Handicap International veroordeelt de bombardementen op het belegerde Oost-Ghouta. De gewelddadige escalatie van de bombardementen in Oost-Ghouta in Syrië heeft de voorbije 72 uur geleid tot meer dan 200 dodelijke slachtoffers. De infrastructuur – vooral ziekenhuizen en schuilplaatsen – werd zwaar beschadigd. 
Syrische burgers moeten hun verblijfplaats herhaaldelijk en voor lange tijd verlaten Mijnen en andere wapens

Syrische burgers moeten hun verblijfplaats herhaaldelijk en voor lange tijd verlaten

Handicap International publiceert haar nieuwe rapport Everywhere the bombing followed us. Het rapport Everywhere the bombing followed us is gebaseerd op getuigenissen van 205 Syrische vluchtelingen in Libanon en toont aan dat de burgers herhaaldelijk gedwongen worden hun verblijfplaats te verlaten door de bombardementen.