Go to main content

Angola: Een dag in Bibala, een sterke gemeenschap

Integratie Revalidatie
Edouardo legt elke dag vrijwillig een flinke afstand af om de kleine Jozef kine-oefeningen te geven, ook al stapt hij zelf moeilijk door die kogel in zijn been. “Ik weet hoe het voelt om niet te kunnen stappen, dus ik ben goed in het motiveren van anderen.” In het dorp Bibala is de onderlinge solidariteit opvallend sterk.
foto van José Manuel die dankzij een operatie werd verlost van cataract

Edouardo legt elke dag vrijwillig een flinke afstand af om de kleine Jozef kine-oefeningen te geven, ook al stapt hij zelf moeilijk door die kogel in zijn been. “Ik weet hoe het voelt om niet te kunnen stappen, dus ik ben goed in het motiveren van anderen.” In het dorp Bibala is de onderlinge solidariteit opvallend sterk.

Een keer per week rijdt Domingos van Lubango naar Bibala, een dorp vijftig kilometer verder, in de provincie Namibe. Hij gaat er checken of de projecten voor revalidatie in de eigen gemeenschap goed verlopen. En hoewel de rit twee uur duurt (als het regent duurt die dubbel zo lang) en je op de onverharde weg voortdurend doorheen wordt geschud, lijkt het onwaarschijnlijk dat Domingos de rit ooit beu geraakt. Het landschap is adembenemend mooi. De weg leidt dwars door de groene heuvels. Kilometers lang kom je niemand tegen. Af en toe zie je wat hutjes en nomaden die hun koeien hoeden. Het enige andere verkeer bestaat uit vrachtwagens. Met Chinese tekens. En Chinese chauffeurs.

Van landen die een lange geschiedenis van burgeroorlogen hebben, wordt vaak gezegd dat het vertrouwen en de onderlinge solidariteit zoek zijn. Misschien is het omdat Bibala zo’n eind van de bewoonde wereld ligt, dat het de uitzondering op die regel vormt. De gemeenschap is er in elk geval opvallend sterk.

Het team van Handicap International ter plaatste bestaat uit 1 ‘animator’ (hij is in loondienst) en 4 vrijwilligers, ook wel activista’s genoemd. En meteen is duidelijk dat het team trots is op zijn werk, want we worden verwelkomd met een toneeltje dat wordt opgevoerd door enkele kinderen.

Drie leerlingen en een zogenaamde leraar spelen een klassituatie na. Plots speelt er eentje vol overtuiging dat hij een epilepsieaanval krijgt. De andere leerlingen leggen iets onder zijn hoofd zodat hij zichzelf niet kan bezeren, maar de leraar begint het kind uit te schelden en de leerlingen moeten hem tegenhouden of hij begint op het kind te schoppen. Dan komt er als een ware deus ex machina een ander kind op het toneel dat de leraar de les spelt en hem vertelt dat het kind niet bezeten is van de duivel, dat het geen besmettelijke aandoening heeft, maar gewoon epilepsie. Het toneeltje is zo kinderlijk eenvoudig, maar tegelijk ook zo relevant. In Afrika krijgt 90% van de mensen met epilepsie geen behandeling. Het merendeel van hen wordt ook nog eens geconfronteerd met discriminatie.

Edouardo leert zichzelf en anderen stappen

Een van de activista’s van Handicap International heet Edouardo Kaita. In 1993 kreeg Edouardo een kogel in zijn been. Die zit er nog steeds. “Volgens de dokters zit de kogel op een heel slechte plaats, waardoor het een groot risico is om te opereren. De kans is reëel dat de operatie mislukt en dat ik moet geamputeerd worden. Daarom blijft dat ding er gewoon zitten.”

Toen Edouardo in contact kwam met de animator van Handicap International, kon hij zijn been niet gebruiken. Hij liep op twee krukken en liet zijn been gewoon langs de grond slepen. Dankzij intense revalidatieoefeningen kan Edouardo weer stappen, al loopt hij nog steeds moeilijk en zal hij altijd een kruk nodig hebben.

Die kruk houdt hem niet tegen om dagelijks lange afstanden af te leggen en te voet van huis naar huis te gaan (op een moeilijke ondergrond) om zijn patiënten te helpen revalideren. “Ik weet wat het is om niet te kunnen stappen en ik weet hoe het voelt om plots vooruitgang te maken. Dus ik ben extra gemotiveerd. En ik ben goed in anderen motiveren”, lacht hij.

“Toen ik zelf weer kon stappen, heeft de animator mij opgeleid”, zegt Edouardo. Het systeem zit zo in elkaar dat de animator zelf een keer per maand naar Lubango gaat, waar hij les krijgt van een kinesitherapeut. Hij vormt dan weer zijn activista’s die op die manier basiszorgen kunnen toedienen.”

Hij is vooral gehecht aan de kleine Jozef Domingos. En hij is echt klein. Hij heeft de lengte van een vierjarige terwijl hij al negen is. Het team heeft niet de medische kennis om de handicap bij zijn exacte naam te noemen. Ze weten alleen dat er van bij de geboorte iets grondig mis is.

Maar het is wel een feit dat de jongen al opmerkelijke vorderingen heeft gemaakt. Een jaar geleden was hij nog niet in staat om recht te staan en verplaatste hij zich op handen en knieën. Toen Handicap International het gezin ontmoette, bouwde de organisatie meteen een looprek (twee parallelle baren) voor het huis en ging Edouardo er meerdere keren per week langs om met het kind oefeningen te doen. Hij leerde de vader hoe hij de spieren van het kind moet masseren. “Ik masseer mijn zoontje twee keer per dag”, zegt Domingos Kambaru. “Niet lang, vijf minuutjes. Maar het resultaat is verbluffend.”

Na twee weken begon Jozef inderdaad kracht in zijn benen te krijgen. Na twee maanden was hij in staat om recht te staan en zich met behulp van een looprekje voort te plaatsen. Nu stapt hij alleen. “Jozef kan niet spreken, zijn mondje blijft ook altijd op dezelfde manier openstaan. Maar wij zien dat hij gelukkiger is. Hij houdt ook van de oefeningen. We merken dat hij blij is als Edouardo langs komt.” Hij toont hoe hij het kindje dagelijks masseert. En inderdaad, Jozef heeft geen woorden nodig. Hij geniet zichtbaar.

Weg met de blindenstok

Even later ontmoeten we José Manuel. De kwieke 74-jarige wil zijn verhaal kwijt, want hij heeft naar eigen zeggen tien jaar in de gevangenis geleefd. De man was langzaamaan zijn zicht kwijt geraakt, tot hij volledig blind was. Hij had cataract, maar wist hij veel. “Tien jaar lang heb ik in het donker geleefd. Ik was afhankelijk van mijn vrouw en mijn dochter die op het veld gingen werken, terwijl mijn kleindochter thuis voor mij zorgde.

Tot Handicap International mij vond en mij wist te vertellen dat een operatie alles zou oplossen. Ze hebben mij naar het ziekenhuis gebracht en daar heb ik voor het eerst weer mijn vrouw en mijn familie gezien. Ik heb eerst tranen met tuiten geweend en daarna mijn blindenstok zo ver mogelijk weg gegooid. Dat is nu vier jaar geleden. Oud of niet, ik heb energie als nooit tevoren.” En hij wijst ons het gebouw aan waarvan hij vorige week nog de gevel heeft geschilderd.
 

Meer over dit onderwerp

"Ik beschouw mijn prothese als mijn eigen been"
© Davide Preti/HI
Revalidatie

"Ik beschouw mijn prothese als mijn eigen been"

Een infectie aan haar been na de aardbeving, kostte Maryse (44) bijna 10 jaar geleden haar rechterbeen. Haar handicap heeft haar echter niet kleingekregen.

"Deze oorlog die al vier jaar duurt, heeft de mensen uitgeput."
© Gilles Lordet / HI
Mijnen en andere wapens Revalidatie

"Deze oorlog die al vier jaar duurt, heeft de mensen uitgeput."

Suad Al-Qadri werkt als psychosociale hulpverlener voor HI in Sana’a, de hoofdstad van Jemen. Ze vertelt over de mentale toestand van de patiënten die door HI geholpen worden en de gevolgen van bombardementen op de psychologische gezondheid van de bevolking.

Bangladesh : « We zijn afhankelijk van de hulp in het kamp» Revalidatie

Bangladesh : « We zijn afhankelijk van de hulp in het kamp»

In een hoek van het vaste revalidatiecentrum van Handicap International in het Ukhiya-vluchtelingenkamp zit de 6-jarige Hamas. Hij werd door een hersenverlamming getroffen toen hij één jaar was. Hij staat vandaag in het middelpunt van de belangstelling omdat hij een revalidatiesessie volgt met Redwanul, kinesitherapeut van Handicap International.